WONEN OP DE VERKEERDE KANT VAN DE DOMMEL (foto’s los beschikbaar)

Ondergelopen kruipruimten, vochtplekken op de muren, drassige plantsoenen en ondergelopen paden. Dat is het beeld van een groot aantal woningen op de Waleweinlaan en de Adelaartlaan. Beelden die horen bij woningen die mensen ondanks alle waarschuwingen bouwen in uiterwaarden bij de grote rivieren.

En terecht, want wij wonen in dat deel van de Coevering waarvan de boeren al zeiden dat het gekkenwerk was om daar te bouwen. Ongetwijfeld wilde de gemeente in haar expansiedrang toch haar klein grondgebied zo intensief mogelijk te gelde maken.

Argeloze kopers en huurders zijn ruim dertig jaar geleden in het natte gebied gaan wonen en wisten niet veel beter totdat de gevolgen van het natte wonen in de verschillende woningen duidelijk werden.

De gemeente zegt nu: helaas de zaak is verjaard, maar we willen wel wat doen voor onze burgers. En wat doen ze dan? Dat komt later in dit artikel, maar eerst hoe is dat allemaal zo nat geworden?

de ontstaansgeschiedenis

Wat weten we eigenlijk van de grond waarop we wonen? Miljoenen jaren geleden is in het gebied tussen Peel en Tilburg – lopend vanuit het zuidoosten naar het noordwesten – door een aard-beving een daling van de grond geweest. Zo’n ge-zonken deel noemen we een slenk en deze heeft de naam Centrale Slenk gekregen en wordt be-grensd door de Peelbreuk en de Feldbissbreuk, die ongeveer op de lijn Sittard-Tilburg ligt. Deze Centra-le Slenk is door de zuidwesten wind opgevuld met zand uit de droogliggende Noordzee. Daarna ontstonden er beekjes, die stroomden vanaf het hoger liggende Kempisch Plateau. Deze beekjes kwamen ook onder invloed van de heersende zuidwesten wind en verplaatsten zich door het inwaaiend zand.


Gevolgen
: aan de westkant van de beekjes was er een geleidelijk aflopende helling en werd de grond vruchtbaarder door het fijnere materiaal. Aan de oostzijde was de helling relatief steiler, want hij werd afgebroken door het beekwater. De grond aan de oostkant was onvruchtbaarder en grondwater in de vorm van kwelwater kwam bij de steile helling voortdurend naar buiten.

de gevolgen voor de coevering
Bovenstaande tekst mag droog en technisch genoemd worden, de gevolgen zijn ingrijpend. De actuele aardbevingen in Limburg zijn het gevolg van deze bodem-structuur en kunnen ook hier nog steeds voorkomen. En verder is het een feit, dat in heel Brabant de bewoning steeds gelegen is aan de westzijde van de beken. In onze buurt liggen bijvoorbeeld Heeze, Leende en het centrum van Geldrop op de west-oever van de Dommel. De Coevering ligt aan de oostzijde van de Kleine Dommel en dus zelfs historisch gezien aan de verkeerde kant. Dat vraagt natuurlijke om moeilijkheden. Vanuit het oosten is een niet te stoppen waterstroom voortdurend op weg naar de Coevering en met name Waleweinlaan en Adelaartlaan liggen zo dicht en laag bij de Kleine Dommel dat de gevolgen niet uitblijven. Bovendien is goed te zien bij het dieper liggende grasveld tegenover de woningen van Waleweinlaan 19 tot en met 43 dat een aantal huizen verder op de laan in nog tamelijk recente stroombedding van de Kleine Dommel staan. Mensen in de Akert wonen daarom ook beter en droger.

de gemeente en de grondwateroverlast

Op 14 april 2004 hield de gemeente een enquête in de Skandia-wijk en hier in Coevering West i.v.m de grondwateroverlast.

Daarop zijn wij van ’t Goor 15 juli 2004 uitgenodigd op een vergadering op het gemeentehuis, waarbij dhr. Teunissen van het externe bureau Arcadis zijn rapport ter bespreking aanbood. Ook vertegenwoordigers van de Scandia –wijk ofwel Beneden-beekloop waren aanwezig.

Op de vraag van het college B&W van Geldrop was het rapport tot stand gekomen met o.a. de gegevens uit de enquête. Tijdens deze bijeenkomst werd onze inbreng gevraagd,. en we verzochten dringend om een plan van aanpak.

Op 13 januari 2005 werd door hetzelfde externe bureau Arcadis een lijvig en kleurrijk geïllustreerd rapport op tafel gebracht met opnieuw allerlei metingen, analyses en opmerkingen.

Op pagina 41 stond de volgende aanbeveling: Het onderzoek heeft zich tot nu toe beperkt tot de wijken Skandia en Coevering-West. Het is natuurlijk mogelijk dat de grondwateroverlast zich niet tot deze wijken beperkt. Een verder inventarisatie naar het voorkomen van grondwateroverlast in de andere wijken lijkt logisch voordat een integraal plan voor het aanpakken van wateroverlast wordt ingezet.

Deze laatste zinsnede hebben wij het bureau Arcadis zeer kwalijk genomen, omdat dit plan alleen het extern bureau nog meer opdrachten zou verschaffen en de water-overlast tot in lengte van dagen niet zou kunnen worden aangepakt. Bovendien vonden we het rapport te lijvig en te rijk geïllustreerd. Zou er mogelijk nog een rapport komen dan in zwart-wit en met een nietje.

eindconclusie

De conclusie van deze vergadering: er zouden twee pilots komen.Een eenvoudige proef om aan te tonen welke oplossing gewenst zou zijn. Dus in beide wijken een beperkte aanpak van de wateroverlastproblematiek.

Hierop kreeg ik persoonlijk later in het jaar de opdracht aan een aantal bewoners aan te kaarten dat daar boringen ed. in de tuin en onder het huis zou worden verricht. Braaf heb ik de bewoners daarop aangesproken en de gegevens weer teruggemeld bij de betreffende ambtenaar.

Binnenkort zou de pilot wel plaatsvinden, dacht ik naïef.

maar helaas..…

Los van onze wateroverlast heeft de gemeente Geldrop-Mierlo het initiatief genomen tot een Waterplan. Wel samen met de waterschappen De Dommel en Aa en Maas.

Ook betrokken bij het Waterplan zijn de provincie Noord Brabant en het drinkwater-bedrijf Brabant Water. ‘t Goor werd bij de eerste vergadering op dinsdag 15 maart 2005 uitgenodigd samen met de afvaardiging van de Skandia.

Geïnteresseerd en vol verwachting ging ik naar de vergadering in het zeer bekrom-pen vergaderlokaaltje 227 boven in Hofdael. Een zaal gevuld met deskundigen en een handjevol burgers. Geen gesprek over wateroverlast, maar een simpele bijeenkomst over waar je aan denkt bij water….. Van alles dus. Ruimte voor water, water drinken, water bevissen, water bevaren, besparen van water, waterreiniging, kwaliteit van water, veiligheid van oevers, hergebruik, water op straat, en in het rijtje was er ook ruimte voor wateroverlast. De bijeenkomst heet Klankbordgroep Water-plan. Leuk maar wat nu verder.

Woensdag 24 augustus een volgende vergadering van de Klankbordgroep. Weer in het te kleine zaaltje in Hofdael.

De onderwerpen van de vorige bijeenkomst werden opnieuw bekeken met mogelijke oplossingen. En om het kort te houden, het ging ook over onze grondwateroverlast. Wethouder Maasakkers deelde echter het volgende mee. De grondwateroverlast in de Skandia komt het eerst aan de beurt. Let wel, eerst een politiek beraad over de wenselijkheid en de ruimte om de nodige financiën te vinden. Dan de uitvoering van het totale project in de Skandia samen met rioleringswerkzaamheden. Zijn de resul-taten positief dan valt er te denken aan de Coevering. Eerst weer het financierings- probleem via de politiek en dan de mogelijke uitvoering.

Pilot
Maar we hadden toch afgesproken dat er pilot zou zijn in beide wijken. Mensen zijn al benaderd voor proefboringen en dergelijke. Nee, dat is van de baan volgens de wethouder. Samen met een vertegenwoordiger van de Skandia hebben we ons ongenoegen erover uitgesproken. Over de onberekenbaarheid van de gemeente. En over de haalbaarheid of onhaalbaarheid in de raad voor de financiën, waar de wat oudere Skandiabewoner vervolgens verzuchtte: Dat maak ik toch niet meer mee.

Einde
Conclusie: Er zal nog heel wat water door de Dommel gaan voordat de gemeente Geldrop-Mierlo werk gaat maken van de grondwateroverlast. Het wordt besproken, maar dan steeds maar vooruit geschoven.

En ondertussen lopen onze kruipruimten weer vol.

Leo Le Large .

voorzitter Bewonersvereniging ’t Goor / Coevering West.